Waarschijnlijk heeft u er al het een en ander over gelezen in het net verschenen september-nummer van Dorpskrant Puiflijk. Of anders wel in de Maas & Waal-editie van de Gelderlander. Tijdens het werk aan de terp zijn enkele bijzondere vondsten gedaan. Interessant, maar ook best wel vervelend.
Voor het bouwen van de keermuur en de nieuwe trap bij de terp van de Oude Toren moest op donderdag 20 augustus wat relatief ondiep graafwerk worden uitgevoerd, onder noodzakelijke archeologische begeleiding. De reële verwachting was, dat dit voorbereidend klusje in een halve dag klaar zou zijn, maar niets bleek minder waar. Al snel moest het werk extra langzaam en voorzichtig worden uitgevoerd, omdat vlak onder de oppervlakte iets werd aangetroffen. Uiteindelijk moest het werk zelfs helemaal worden stilgelegd om extra deskundigheid in te schakelen en verder onderzoek te doen. Interessant, dat wel, maar zeer vervelend voor het stichtingsbestuur dat terp en toren wil opknappen en geschikt wil maken als prachtige ontmoetingsplek voor het dorp.
Bijzondere vondsten
Als eerste kwam een oude muur bloot te liggen, gemaakt van tufsteen. Dezelfde steensoort waarmee de toren aan de buitenkant is bekleed. Nadat ook veel skeletmateriaal en een intact graf werd gevonden is het vermoeden gerezen dat deze muur onderdeel was van de ommuring van de laatmiddeleeuwse begraafplaats. Het graf zelf bleek van een kindje van ongeveer een half jaar oud te zijn dat heel eenvoudig gemaakt was door een aantal leistenen tegen de muur te zetten en het geheel door een leisteen af te dekken. Deze afdeksteen was duidelijk verschoven, waardoor de schedel te zien was. Heel aandoenlijk, hoe het skelet van dit kindje er na zoveel eeuwen nog bij ligt…
Iets verder werden twee niet-complete schedels aangetroffen, waarvan er een van een vier- à vijfjarig kind. De leeftijd kon worden vastgesteld omdat er nog melktandjes in de kaak zaten. De leeftijd van de andere schedel bleek niet vast te stellen. Het botmateriaal dat verderop werd gevonden was niet te herleiden tot een van deze schedels. Het was duidelijk allemaal in de loop der tijd door elkaar geraakt.
Nadat een week later het werk kon worden hervat, heel voorzichtig en onder het oog van zelfs twee archeologen, werden op de plek van de oude trap op ca. 10 cm onder de oppervlakte drie, voor zover zichtbaar waarschijnlijk intacte skeletten aangetroffen. Besloten werd deze niet uit te graven, maar zo goed mogelijk te beschrijven. Dat is inmiddels gebeurd en vervolgens zijn ze respectvol afgedekt, net als het eerder gevonden babygrafje. Zij zullen de komende eeuwen op hun oude plek bewaard blijven doordat de werkzaamheden er overheen zullen worden uitgevoerd..
De losse skeletresten en wat steenmateriaal zijn door de archeologen meegenomen en zullen straks – als het aan de stichting ligt – worden herbegraven binnen de contouren van het voormalig kerkgebouw op de terp.
Grote tegenvaller
Al dat archeologische onderzoek is weliswaar interessant, maar ook een onverwacht grote extra kostenpost door werkvertraging en vooral door de inzet van al die archeologen! Dit kost het stichtingsbestuur flinke kopzorgen, want waar het geld hiervoor te vinden? Natuurlijk wordt met het archeologisch bureau en de gemeente hierover overleg gevoerd; ook wordt al gedacht aan crowdfunding, een geldinzameling via internet. Hoogstwaarschijnlijk hoort u hier binnenkort meer over.







